Grootschalige landelijke politieactie niet-vergunde prostitutie

Een team van 270 politiemensen hield op dinsdag 9 april een landelijke actieavond naar aanleiding van commerciële seksadvertenties op internet. Daarbij werden zij bijgestaan door medewerkers van het Openbaar Ministerie, Comensha, de Koninklijke Marechaussee en gemeenten.

De politie bezocht hiervoor dertig locaties door het hele land.
Zij controleerde in totaal 47 mensen (44 vrouwen en 3 mannen). In acht situaties
constateerde zij signalen van mensenhandel. Vier keer stelde het team een
relatie met een lopend mensenhandelonderzoek vast. Vijf mensen zijn aangehouden,
van wie vier in een illegaal bordeel in Voorthuizen. Hier trof de politie ook
een minderjarig slachtoffer aan.
Voorafgaand
Voor dit onderzoek ploos de politie internetadvertenties van
commerciële seksaanbieders uit. Daarbij focuste zij zich op de zogenoemde
niet-vergunde prostitutie (thuiswerksters en escortdiensten). In de vergunde
commerciële seksbranche (bordelen, privéclubs, raamprostitutie) is sprake van
intensief toezicht en controle op vergunningen en legale tewerkstelling.
Desondanks is ook in deze sector sprake van misstanden, waarbij prostituees
bijvoorbeeld hun verdiensten moeten afstaan of onder dwang in de prostitutie
zitten. Om inzicht te krijgen of en in welke mate deze problematiek ook speelt
bij thuiswerksters en escortprostituees, houdt de politie regelmatig dit soort
controleacties. Op 9 april gebeurde dit voor het eerst op landelijke schaal.
Hiervoor is nauwe samenwerking nodig tussen de regionale eenheden, de Landelijke
Eenheid en andere partners. Zo’n samenwerking valt sinds de invoering van de
nationale politie veel eenvoudiger en efficiënter te organiseren.
Rapportages
Bij de actie van 9 april zijn 32 bestuurlijke rapportages
opgemaakt. Op basis van deze rapportages kan het lokale bestuur (de
burgemeester) bijvoorbeeld een illegaal bordeel laten sluiten of om een dwangsom
opleggen. De meerderheid van de gecontroleerde vrouwen had niet de Nederlandse
nationaliteit (28 vrouwen, onder wie tien Bulgaarse en acht Roemeense vrouwen).
Naast de in Voorthuizen aangehouden verdachten werd ook een 32-jarige man uit
Almere aangehouden wegens het overtreden van de Wet wapens en munitie. De man
bleek bovendien gesignaleerd te staan wegens onttrekking aan elektronisch
toezicht. Hij trad op als chauffeur van een prostituee.
Meer zicht
De doelstelling om meer zicht te verkrijgen op de
thuisprostitutie, strekt zich ook uit tot zogeheten facilitatoren. Rond de
thuisprostitutiesector bestaat een netwerk van mensen die hun diensten verlenen
in relatie tot thuisprostitutie. Bijvoorbeeld door een woning beschikbaar te
stellen of als chauffeur of tussenpersoon op te treden. De politie is hierop
alert, omdat dergelijke dienstverlening ook een indicator van mensenhandel kan
zijn. Tijdens de controle werden drie vrouwen gecontroleerd die in het verleden
slachtoffer van mensenhandel waren. In vier gevallen start de politie met een
onderzoek naar vermoedelijke misstanden c.q. mensenhandel.
Doorgaan
Ruud Bik, plaatsvervangend korpschef en politievertegenwoordiger in de
Taskforce Mensenhandel, zegt over deze controle: ‘Zolang wij bij een relatief
klein aantal locaties nog zulke misstanden aantreffen, blijven wij hiermee
doorgaan en gaan wij dit zeker vaker doen.’ Bik doelt onder anderen op het
zestienjarige Roemeense meisje dat tijdens de controle in een illegaal bordeel
in Voorthuizen werd aangetroffen. Het Openbaar Ministerie in Arnhem bracht
hierover op 12 april
een persbericht
uit. Bik is blij dat minister Opstelten bezig is met wetgeving die de aanpak
van prostitutiegerelateerde mensenhandel verbetert. Bik: ‘In de huidige situatie
wordt de vergunde prostitutiesector intensief gecontroleerd, terwijl de
thuiswerksters en escortprostituees buiten het zicht en vooral de bescherming
van de overheid vallen.’
Wetsvoorstel
De Eerste Kamer zal binnenkort het wetsvoorstel Regulering
prostitutie en bestrijding misstanden seksbranche (WRP) behandelen – met daarin
onder meer het vergunningenstelsel en de verhoging van de minimumleeftijd naar
21 jaar.

Bron: Politie.nl