Blog “Ik wil wel een latte, schat” in Nederland

7 juli 2021 15:54
Bron: Politie.nl

Als centralist kan ik aan de telefoon niet zien wat er aan de hand is. Het enige waar ik mee kan werken, is mijn gehoor, mijn stem én mijn onderbuikgevoel. En dat is soms best lastig. Een man die me laatst belde, maakte me enorm zenuwachtig. Want minutenlang hoorde ik alleen maar een alarm af gaan. Ik kon hem niet meer bereiken. Was hij in levensgevaar?

Een paar minuten eerder

Ik: “Politie, wat is er aan de hand?”

Man: “Hallo, ik ben Richard. Mijn brandalarm gaat steeds af.”

Ik luister snel naar de achtergrondgeluiden. Maar ik hoor niks. Ik vraag hem of hij zijn huis heeft gecheckt op rook of vuur. Is er ergens een kaars omgevallen? Iets in de keuken aangebrand? Of heeft hij een huisgenoot die te lang onder de douche heeft gestaan? Dat kan ook. Maar nee, hij ziet niets geks, hoort en ruikt niets bijzonders. Ineens krijg ik een idee.

“Gaat het wel om een brandmelder? Of is het misschien een koolmonoxidemelder?” vraag ik. In dat geval moet hij namelijk meteen zijn huis uit. Koolmonoxide is echt een sluipmoordenaar. “Ik heb geen idee”, zegt hij. Ik wil nog een vraag stellen, maar voordat dat lukt, gaat opeens het alarm af. Het geluid schettert keihard in mijn oren. Ik schuif zelfs mijn headset weg om mijn oren te beschermen.

“RICHARD!!” roep ik hard om zijn aandacht te krijgen. Ik wil dat hij bij het alarm wegloopt óf het alarm uit zet. Dwars door het gepiep hoor ik geluiden op de achtergrond. Maar ik kan totaal niet inschatten wat daar gebeurt. Ik twijfel. Moet ik de brandweer al inschakelen? Maar Richard had gezegd dat het probleem zich steeds herhaalt. Ik wacht nog even af – super alert – en ik blijf Richard roepen tot opeens het alarm stopt. Stilte. Totale stilte. Geen achtergrondgeluiden, geen pratende mensen, geen muziek. Niets …

Ik denk aan koolmonoxidevergiftiging en voel nu toch wat adrenaline opkomen. In mijn verbeelding zie ik Richard out op de grond liggen. Op mijn scherm zoek ik snel het nummer van de brandweer in zijn regio. En ook maar vast dat van de ambulance. Dit is zo’n moment dat elke seconde telt. Ondertussen blijf ik zijn naam roepen.

Net op het moment dat ik de hulptroepen wil inschakelen, hoor ik beweging. Het is nog zachtjes, maar het geluid komt steeds dichterbij. Ik hoor zijn stem. “Ik wil wel een latte, schat”, zegt hij relaxt. Een vrouwenstem antwoordt: “Wil je er ook een broodje bij?” 

Ik hoor dat hij zijn mobieltje weer oppakt. “Daar ben ik weer”, zegt hij vrolijk tegen mij, zich niet bewust van het doemscenario dat zich zojuist in mijn hoofd afspeelde. En zich ook niet bewust dat ik hem al die tijd aan het roepen was, maar niet kon bereiken omdat hij zijn mobieltje in de keuken had laten liggen. “Ik was even naar zolder gelopen. Het was vast de wasdroger. Daar hangt ook zo’n melder. De was is net klaar en mijn vriendin had de droger opengezet.”

“Ik ben zo blij dat ik je weer spreek”, zeg ik uit de grond van mijn hart. Ik ben stilletjes nog aan het bijkomen. “Fijn dat alles goed is. Laat je het alarm voor de zekerheid vanmiddag nog even checken?” Hij belooft het. Ik wens hem een fijne dag. Het nummer van de brandweer en de ambulance klik ik weg. Ik trek mijn la open. Daar ligt een groot stuk chocola. Pfff.