'Ieder bekijkt de wereld door zijn eigen bril' in Nederland

Foto: politie.nl

20 maart 2021 14:52
Bron: Politie.nl

Vandaag is het de internationale dag tegen racisme en discriminatie. We komen als politie helaas niet altijd positief in het nieuws. Om onderling het gesprek aan te gaan over racisme en discriminatie deelden we het afgelopen jaar intern een aantal ervaringsverhalen van collega’s. Een daarvan is het verhaal van Shivanno, teamchef van Bijlmermeer. Hoe is het volgens Shivanno gesteld met racisme binnen de politie?

‘Na mijn studie Chemische Technologie kreeg ik een baan aangeboden bij Shell. Maar de bedrijfscultuur daar stond me niet aan: managers bij managers, gedoe over patenten. Ik kon bij TNO aan de slag, heb de Marine overwogen, maar vroeg me toen af wat ik nu echt wilde. Op dat moment kon ik via via een dienst meedraaien met twee geweldige politieagenten in Amsterdam. De manier waarop ze direct reageerden bij een situatie van huiselijk geweld en hoe ze de vrouw en man rustig kregen raakte me. Ik werd op slag verliefd op dit vak.’

‘Toch had ik eerst een heel ander beeld van de politie. Ik ben opgegroeid in Amsterdam Zuid-Oost. Ik hoorde verhalen, ik werd vaak gecontroleerd. De politie was er alleen maar om op mensen zoals ik te jagen, was mijn beeld. Bij groepjes hangjongeren zoals ik ze nu zie op straat, stond ik vroeger zelf ook. De zwarte jongens met wie ik naar school fietste, werden net als ik regelmatig gecontroleerd. De witte jongens uit Diemen met wie ik terugfietste nooit.’

‘In mijn klas op de Politieacademie ging iedereen gewoon met elkaar om. In het begin kwam het woord ‘neger’ een keer voorbij. Toen ik daar wat van zei, respecteerden ze dat. Als iemand het uit gewoonte toch eens zei, was het meteen “Sorry!” De Politieacademie is heel wit, je valt op als donkere jongen. Het was destijds vooral de eenheid Amsterdam die wat diversiteit aanbracht. Ik vond het een leuke opleiding, en voor de coaches die ik daarna in Amsterdam West kreeg: alle lof.’

‘In 2011 zei een collega bij de briefing voor een preventief fouilleer-actie dat we ‘af en toe ook een witter persoon’ eruit moesten halen. Ik vroeg waarom hij dat zei. Hij zei dat ik best wist wat hij bedoelde en dat onze doelgroep nu eenmaal niet wit en op leeftijd was. Volgens mij moeten we criminaliteit in brede zin bestrijden -niet naar willekeur- en op een rechtmatige manier. Sommige collega’s waren dat met mij eens, anderen niet. De leidinggevende helaas ook niet.’

‘Bedenk wel: verreweg de meeste politieagenten hebben goede intenties. Niemand trekt dat uniform aan met het idee: vandaag ga ik eens racistisch doen. Ieder bekijkt de wereld door zijn of haar eigen bril. Door je referentiekader kun je misschien een gekleurd beeld krijgen en daar dus ook naar handelen. Van kleins af aan worden we gevormd. In reclamefolders van speelgoedwinkels zag je bijvoorbeeld tot voor kort ook alleen meisjes in een keukentje en jongetjes met een bouwhelm.’

‘Bij de politie zie ik collega’s die mee veranderen, doordat ze anders zijn gaan denken. Bijvoorbeeld over zwarte piet. Of over de meerwaarde van diversiteit. Wat mij betreft mag deze beweging wat sneller gaan. Dankzij de Black Lives Matter beweging wordt die urgentie intern nu wel meer gezien.’

‘Binnen de politie spreek ik iedereen waar nodig aan, op alle lagen. Op straat spreken we burgers aan op ongewenst gedrag; intern moet dit ook kunnen. Je eigen chef moet je kunnen aanspreken: je zou niet bang hoeven zijn om dan je carrière om zeep te helpen. Zolang je het met respect doet, is een goed gesprek mogelijk. Anderzijds begrijp ik heel goed dat collega’s zich eenzaam voelen en het dan toch niet aandurven.’

‘Ik zou anderen wel adviseren om bij de politie te komen, maar ik zou daarbij ook de waarheid vertellen. Dat het in de realiteit lastig is om met z’n allen te zorgen voor inclusiviteit. Terwijl is bewezen dat divers samengestelde teams beter presteren.

Ik heb bijvoorbeeld nieuwe collega’s gesproken die zich bij de politie ineens bewust zijn geworden van hun huidskleur. Een student vertelde dat hij steeds wordt aangesproken op de Black Lives Matter-protesten. Alsof hij zich moet verdedigen dat hij zwart is. Zelf kijkt hij er genuanceerd naar, maar nu voelt hij zich gedwongen om stellige standpunten in te nemen. Voor hem een reden om te denken of dit wel zijn politie is.’

‘Als de sfeer op een team niet goed is, bespreek ik met de leidinggevende hoe dit gedrag omgebogen kan worden. Anderzijds helpen we collega’s om wat steviger in hun schoenen te staan, om dat goede gesprek te voeren. De realiteit blijft helaas dat je anders bent en dat je daar op een veroordelende manier op wordt aangesproken. Hier strijd ik tegen, omdat we dit anders over tien jaar nog steeds over onze organisatie zeggen. Of ik spijt heb dat ik die baan bij Shell heb afgewezen? Beslist niet. Dit politiewerk is mijn roeping. Dit ga ik tot aan mijn pensioen doen.’