Lange termijn werkt niet voor deze groep in Utrecht

Foto: politie.nl

12 mei 2020 08:00
Bron: Politie.nl

Lars Maarsseveen, wijkagent in het centrum van Utrecht, merkt dat één groep in het straatbeeld zichtbaarder is geworden in tijden van de intelligente lockdown: de daklozen, verslaafden en verwarde personen.

Zijn wijk, die het centraal station, horeca, winkelcentrum Hoog Catharijne en winkels in de binnenstad omvat, wordt dagelijks doorkruist door honderdduizenden mensen. Maar door de coronamaatregelen zijn er nog maar relatief weinig mensen op straat. Lars: ‘De mensen die geen thuis hebben of die op staat hun behoefte moeten halen, zoals drugs of bedelen om geld, vallen door het lege straatbeeld meer op.’Maar ook voor hen gelden de coronaregels van anderhalve meter afstand houden en niet met meer dan drie personen samen een groep vormen. ‘We spreken ze er op aan als ze zich er niet aan houden. Een enkele keer leidt dat tot een bekeuring of een gebiedsverbod. Ook omdat overlast veroorzaakt door drugsverslaafden en verwarde personen nu meer opvalt’, geeft Lars toe. ‘Maar bij deze groep probeer je toch wat terughoudender te zijn, omdat ze vaak geen thuisbasis hebben.‘

Van dag tot dag leven

Uitleggen wat de maatregelen zijn en wat de gevolgen zijn als ze die niet opvolgen is wat Lars dan doet. Maar dat is bij dak- en thuislozen en verslaafden niet eenvoudig. ‘Zij leven van dag tot dag. Voor hen tellen alleen de problemen van die dag en dat is om een paar euro’s bij elkaar te sprokkelen of drugs te scoren. De coronamaatregelen nemen we voor de lange termijn. Maar lange termijn werkt niet voor deze groep.’Lars vreest dat door de coronacrisis het aantal dak- en thuislozen en verslaafden op straat zal toenemen. Een opvanghuis, zoals het Leger des Heils, moet ook rekening houden met die anderhalve meter afstand en moet de ruimte daarop aanpassen, waardoor er minder plekken beschikbaar zijn. Maar zo komen er dus meer mensen op straat. Al speelt het mooie weer van de afgelopen weken hierbij ook een rol.’

Even geen hand geven

Lars moet nu op een andere manier in gesprek gaan met de kwetsbare mensen dan dat hij gewend is. ‘Een zwerver die ik aanspreek, geef ik altijd een hand. Dat doe ik om hem normaal te laten voelen. Ik zie dat gebaar als het tonen van wederzijds respect. Ik draag om die reden ook geen handschoenen. Het is gek dat ik dat nu niet meer kan doen.’ Voor mijn werk ben ik altijd in de nabijheid van mensen. Ik zoek het contact echt op. Dat is nu extra moeilijk voor mijn omgeving. Ik heb thuis ook een vrouw en een kind zitten. Mijn vrouw maakt zich soms zorgen. Dat begrijp ik heel goed. Maar ik wil wel graag die openheid naar mensen houden. Ook in deze tijd.’