Rotterdam - "Jongens zien de risico’s niet van stoer doen met een nepvuurwapen."

22 juni 2018 06:00
Bron: Politie.nl

“Wie van jullie heeft er een nepwapen thuis?” Wijkagent Robin telt het aantal vingers in de klas. Elf stuks, allemaal jongetjes. Dan volgt er een twaalfde. Een meisje! “Mijn broertje heeft er thuis eentje.” “Die van mij ook!” vult een ander meisje aan.

Het is de natuur. Ingegoten in de mannelijke genen. Steven Pont, ontwikkelingspsycholoog: "Risicovol gedrag zie je voor 90% terug bij jongens. Die zijn van jongs af aan veel meer van spanning en uitproberen. Ze leren door gewoon dingen te doen, terwijl meisjes eerder wachten op instructie. Jongens zijn veel impulsiever. Die willen de wereld opvreten."

De hormonale huishouding van jongens is anders dan die bij meisjes, en de hersenen ontwikkelen zich op een lager tempo en zijn anders bedraad. Dat zegt niets over een IQ, maar verklaart wel gedrag. De drang naar spanning brengt met name jongens nog wel eens in de problemen. Pont: "Ze staan niet stil bij de risico’s. Dat zit er gewoon nog niet in. In je hersenen zit een beloningscentrum dat dopamine kan aanmaken. Door te spelen, en risico te nemen, komt er een shotje dopamine vrij. Dat nodigt uit om die spanning op te zoeken. Het sein ‘maar dit gedrag brengt een risico met zich mee’ is er nog niet. Daar staan ze echt nog niet bij stil."

Wijkagent Robin laat de kinderen van groep 8 foto’s zien van nep- en echte vuurwapens. Ze moeten kiezen; welke is echt, en welke is nep. De meisjes overleggen. De jongens buitelen over elkaar heen met het volgens hen goede antwoord, en wat voor type wapens het zouden kunnen zijn.

Pont: "Onderschat niet de invloed van groepsdruk. Die jongens willen niet voor elkaar onderdoen. Je bedenkt niet in je eentje dat je met een nepwapen stoer de straat op gaat. Dat soort dingen doe je in een groep. Er zijn er maar weinig die onder die druk een ander pad durven kiezen. Dan moet je een heel sterk karakter hebben. De meesten stoppen gewoon met denken zodra ze met een groep zijn."
Handen omhoog
De kinderen krijgen een filmpje te zien waarbij een stel met een nepvuurwapen wordt aangehouden. Het maakt indruk. Zeker wanneer de wijkagent vertelt dat je, eenmaal met je handen omhoog, echt geen gekke bewegingen moet maken. Omdat dan de kans bestaat dat er door de agenten op je wordt geschoten. Een jongetje kijkt bedenkelijk. "Maar wat nou als ik dan jeuk heb?"

"Het nadenkende deel van het brein is pas volgroeid op je 23e", vertelt Pont. "Dus realiseren die puberjongens zich niet dat iets wat zij doen om zich stoer te voelen, anders over kan komen bij anderen. Dat iemand kan denken dat het bedreigend is, wanneer ze je zien rondlopen met een nepwapen in je broeksband. Ze hebben gewoon echt geen idee."

Verbieden lijkt koren op de molen bij pubers. Want dat wat niet mag, zorgt voor een extra prikkel om het juist wel te doen. Pont: "Ik ben voor ferm ouderschap. Dat betekent dat je soms impopulaire maatregelen moet nemen voor een hoger doel. Wees creatief. Ik heb het thuis ook aan de hand gehad. Konden ze een paar jaar achter elkaar op vakantie zo’n balletjespistool winnen op de kermis. Ik wil dat niet in huis, want dan heb ik er geen controle meer over. Toen hebben we een luchtbuks gekocht, met alle veiligheidsvoorschriften en regels die erbij horen. Als je een probleem wil oplossen, dan moet je het soms groter maken." Lachend: "Daarmee niet gezegd dat iedereen dan maar een luchtbuks moet kopen natuurlijk."
Horen en luisteren
Het lijkt bijna onbegonnen werk, pubers aanzetten tot ander gedrag. Toch heeft het zin, om ze te wijzen op gevaren. Ook al lijkt het alsof het niet aankomt. Pont: "Er zit een verschil tussen horen en luisteren. Ze doen alsof ze niet luisteren, maar ze horen het wel. Een boodschap moet landen, maar heeft echt wel effect."

De kinderen in de klas zijn op stoom en vuren vragen af. Of ze wel met een Nerf op straat mogen. Hoe zwaar zo’n vest is dat een agent aan heeft. Of ze de wapens even mogen vasthouden. De boodschap van wijkagent Robin lijkt in ieder geval aangekomen.

Een jongetje steekt zijn hand op.

"Hoort de boswachter ook bij de politie?"